Hoogbegaafdheid

Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren.

delphi-model

Hoogbegaafdheid

Hoogbegaafde kinderen zijn kinderen met de aanleg om binnen een stimulerende omgeving tot uitzonderlijke prestaties kunnen komen. Dit is afhankelijk van een aantal factoren die de ontwikkeling van deze zichtbare en onzichtbare talenten beïnvloeden. Deze talenten kunnen zich op verschillende gebieden laten zien, zowel op kunstzinnig of creatief gebied als op sportief gebied, op sociaal-emotioneel gebied of op cognitief gebied (waaronder het schoolse leren).

De factoren die van invloed zijn op het ontwikkelen van hoogbegaafdheid zijn

  • Begaafdheidsfactoren, intellectuele capaciteiten
  • Omgevingsfactoren, de stimulerende speelleeromgeving en de personen met wie je in die omgeving in aanraking komt
  • Persoonlijkheidsfactoren, zoals doorzettingsvermogen, zelfvertrouwen en aangeleerde strategieën
Begaafdheidskenmerken Mönks model

Begaafdheidskenmerken Mönks model

Dit betekent dat hoogbegaafdheid meer is dan een IQ alleen.

Hoewel een aangetoond hoog IQ aangeeft dat het kind voldoende capaciteiten heeft om tot hoge prestaties te komen, spelen de andere factoren ook een grote rol. Als de omstandigheden -waaronder die in het gezin, de school en met vrienden – niet optimaal zijn belemmert dit de ontwikkeling van het kind.
Daarnaast betekent het behalen van een minder hoge score ook niet automatisch dat een kind minder capaciteiten of talenten heeft. Het onderzoeken van hoogbegaafdheid omvat namelijk veel meer en een misdiagnose komt helaas veelvuldig voor. Dit kan komen doordat het kind ook op andere gebieden opvalt of juist niet presteert naar vermogen. Verkeerd uitgelegde leer- of gedragsproblemen kunnen het herkennen van de hoogbegaafdheid of de begeleiding hiervoor ook in de weg staan. De IQ test zelf kan ook een juist beeld hinderen, deze zijn immers eigenlijk nooit ontwikkeld voor het specifiek zien van hoogbegaafdheid.

Toch is uit de normaalverdeling van IQ-scores wel af te lezen dat een behoorlijk grote groep kinderen aantoonbaar hoogintelligent is en dat een iets minder grote groep specifieke begaafdheidskenmerken laat zien die op hoogbegaafdheid, waaronder het divergent (creatieve) denkvermogen en een sterke motivatie. Dat dit niet altijd zichtbaar is, komt zogezegd door verschillende omstandigheden die de ontwikkeling beïnvloeden. Daardoor zal een groot deel van deze kinderen niet worden herkend en erkend, wat hun ontwikkeling in gevaar brengt – met mogelijke grote (gezondheids)schade en verstoring in de ontwikkeling tot gevolg.

Gausse curve

Hoogbegaafde kinderen

Kinderen die hoogbegaafd zijn ontwikkelen zich niet op eenzelfde of eenduidige manier. De een trekt zich terug, doordat zij of hij niet begrepen wordt, terwijl de ander geniet van het leven en overal aan mee wil doen. Daarbij geldt dat het niet erkend worden voor veel kinderen van grote invloed is. Dit maakt het moeilijk jezelf te zijn en daardoor vertonen veel kinderen vluchtgedrag waardoor de talenten nog minder zichtbaar zijn.

Betts en Neihart hebben op grond van uitgebreid onderzoek zes profielen beschreven waarbinnen de hoogbegaafde kinderen zijn in te delen:

  • Het zelfsturende autonome kind, dat gemotiveerd is, kansen pakt en laat zien wat het kan.
  • Het uitdagende, creatieve kind, dat zelf wil bepalen hoe het verder wil en daardoor nog wel eens in conflict kan komen met de volwassene die het “beter weet”.
  • Het aangepaste, succesvolle kind dat graag doet wat er verlangd wordt, maar wel uitgedaagd moet blijven worden om beter te presteren.
  • Het dubbel bijzondere kind, dat naast de kenmerken van hoogbegaafdheid ook ander opvallend gedrag laat zien. Dit kan worden veroorzaakt door omgevingsfactoren die het gedrag zodanig hebben beïnvloed dat het zich niet anders kan uiten of door een onderliggende stoornis. Vaak wordt snel uitgegaan van dit laatste, terwijl de omgeving ook de oorzaak kan zijn.
  • Het onderduikende kind dat vooral niet wil laten zien dat het anders is en niet wil opvallen.
  • Het risicokind dat de strijd aangaat en niet mee wil werken en daarvoor uitvluchten verzint.

Meerdere van deze profielen leiden ertoe dat kinderen zich niet naar aanleg ontwikkelen, hun talenten niet laten zien en dus onderpresteren. Het schoolse systeem biedt helaas nog weinig ruimte om deze kinderen die stimulansen en erkenning te geven, zodat kan worden aangesloten op hun ondersteuningsbehoefte.

KPC Betts en Neihart

Door vroegtijdige signalering en het continu verzorgen van een stimulerende omgeving kan onderpresteren en het ongelukkig worden van deze  kinderen worden voorkomen. Dit is een taak voor ouders, school  of opvang- en zorginstellingen samen.

In onderstaande afbeeldingen kun je de effecten van niet/wel signaleren en stimuleren zien. Bij de linker afbeelding zijn de cirkels meer niet overlappend, dus geen begaafd gedrag meer (meestal aanpassing of ongewenst gedrag). Rechts een kind dat zich optimaal kan ontwikkelen.

 

Begaafdheidskenmerken incl. persoonlijkheidskenmerken

Begaafdheidskenmerken incl. persoonlijkheidskenmerken

De persoonlijkheid wordt zwakker doordat de omgevingsfactoren uit  het Mönks model niet stimulerend zijn voor het kind

De persoonlijkheid wordt zwakker doordat de omgevingsfactoren uit
het Mönks model niet stimulerend zijn voor het kind

De persoonlijkheid wordt sterker doordat de omgevingsfactoren juist  wel stimulerend zijn voor het kind

De persoonlijkheid wordt sterker doordat de omgevingsfactoren juist
wel stimulerend zijn voor het kind

 

 

 

 

 

 

 

 

Afbeeldingen begaafdheidskenmerken/persoonskenmerken ontwikkeld door GripopTalent naar aanleiding van een lezing van Tessa Kieboom.

Advertenties