Ontwikkelingsvoorsprong

“Er was eens een meisje dat vleugels kreeg, die groeiden uit haar schouderbladen. De buren spraken de ouders er op aan, dat ze die vleugels moesten afknippen, maar de ouders reageerden verbaasd en weigerden. Een poosje later zeiden de buren: “Als je ze dan niet wil afknippen, laat ze dan tenminste kortwieken”. Weer weigerden de ouders en gingen de buren onverrichter zake naar huis. Nog enige tijd later kwamen de buren er weer op terug: “Wat doe je het kind aan?” De ouders zeiden: “We leren haar vliegen”

Auteur: Chris ‘t Mannetje

Wat is een ontwikkelingsvoorsprong?

Men spreekt van een ontwikkelingsvoorsprong als een kind een duidelijke voorsprong heeft op een of meerdere ontwikkelingsgebieden (taal/spraak, cognitie, sociaal emotioneel en/of motorisch). Daarnaast zijn er signalen als doorvragen en nadenken over grote wereldvragen, snel verbanden leggen, gevoelig voor allerlei prikkels (licht, geluid, geuren, structuren in de mond) en een groot rechtvaardigheidsgevoel zichtbaar. Het hebben van voorsprong kan een indicatie zijn voor hoogbegaafd zijn.

Waarom is het belangrijk om te weten?

Een in potentie hoogbegaafd kind dat ook nog veel gestimuleerd wordt, kan een zeer grote voorsprong op leeftijdgenoten ontwikkelen. Een rijke speelomgeving met een passend activiteiten- aanbod, met uitdaging en passende begeleiding is van groot belang om een kind met ontwikkelingsvoorsprong te laten ontplooien. De voorsprong kan onzichtbaar worden als de passende omgeving niet aanwezig is.

Toch blijven er dan gedragingen zichtbaar, alleen worden deze niet gezien als een signaal voor een kind met ontwikkelingsvoorsprong:

  • In sommige gevallen gaan kinderen zich afzonderen.
  • weer terug in ontwikkeling gaan (naar krassen in plaats van tekenen en bedplassen).
  • Kinderen kunnen op een hinderlijke manier aandacht gaan vragen, omdat ze zich vervelen.
  • Het kind wil niet (meer) naar de opvang (veel huilen, moeite met afscheid nemen, buikpijnklachten, thuis buitensporig ontploffen).
  • Ouders geven aan dat het kind thuis veel meer of andere dingen laat zien dan op de opvang.

Op de lange termijn kan een hoogbegaafd kind zich diep ongelukkig voelen, doordat het altijd onder zijn eigen niveau werkt. Een kind kan gaan onderpresteren, gedragsproblemen ontwikkelen, zich terugtrekken in zijn eigen wereld, zelfvertrouwen kan minimaal zijn en het kind kan als lui gezien worden.

Omtrent de sociale en emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen bestaan veel misverstanden en vooroordelen:

  • deze kinderen zouden per definitie op sociaal en emotioneel gebied achterlopen
  • deze kinderen zijn individualisten, geen egoïsten
  • hoogbegaafden kunnen zich niet aanpassen aan de samenleving
  • zij zijn zonderling en verstrooid
  • hoogbegaafden zijn over het algemeen ongelukkig
  • deze kinderen zijn eigenwijs, kunnen niet met anderen spelen en willen altijd hun zin hebben en gaan uit van hun eigen gelijk
  • Een kind dat voorloopt op intellectueel gebied maar sociaal en emotioneel functioneert op leeftijdsniveau wordt vaak ten onrechte beschouwd als een kind dat op deze gebieden achterloopt.
  • Een kind dat voorloopt op intellectueel gebied en sociaal en emotioneel functioneert op datzelfde hoge niveau, wordt beschouwd al een “veel te wijs kind”.